![]()
Wonen in buitenland
/ Het gras is groener
door George Marlet
2004-02-17
Het gras is groener bij de buren dus
betrekken steeds meer Nederlanders een goedkopere woning in Duitsland.
Af
en toe komt Bert Schipper ze bij de supermarkt in Bad Bentheim tegen:
Nederlanders met een grote-stadsmentaliteit die ongegeneerd met de ellebogen
voordringen. Tot ergernis van de Duitse en Nederlandse klanten laten deze
nieuwkomers zien dat ze hun onhebbelijke manieren naar Duitsland hebben
meegenomen.
,,Daar
ben ik beducht voor, dat zulke mensen het voor ons verprutsen'', zegt Schipper.
Om er relativerend aan toe te voegen dat het maar om een heel klein aantal
gaat. ,,Het merendeel van de Nederlanders hier bestaat uit beschaafde mensen
die de harde mentaliteit in Nederland juist zat zijn.''
Wonen
in Duitsland is niet alleen populair vanwege de lagere huizen- en grondprijzen.
Het leven in de dorpen langs de grens voltrekt zich rustiger en gemoedelijker
dan in Nederland. Misschien mede dankzij de grotere huizen en tuinen 'gaan
mensen hier relaxter met elkaar om', zegt Schipper, vier jaar geleden met zijn
gezin vanuit Twente in Bad Bentheim (ruim duizend Nederlandse inwoners)
neergestreken. ,,Je wordt hier niet vreemd aangekeken als je een foutje maakt.
De verharding die je in Nederland ziet, is er langs de grens niet.''
Schipper
adviseert Nederlanders met emigratieplannen via zijn website www.verhuis.de.
Vierhonderd keer per dag wordt de site geraadpleegd. De economische teruggang
heeft vooralsnog weinig invloed op de kooplust van Nederlanders. De trek naar
het oosten is vanaf 2001 flink toegenomen door de herziening van het
Nederlandse belastingstelsel. Zo lang iemand in Nederland belastingplichtig
blijft, is de hypotheekrente aftrekbaar. Duitsland kent bovendien een
subsidieregeling om het woningbezit te stimuleren, de Eigenheimzulage (zie
kader).
Huizen
en grond zijn in de grensstreken aanzienlijk goedkoper dan in Nederland. Wie
vanuit Groningen oostwaarts trekt, 'koopt een complete woonboerderij voor de
prijs van een rijtjeshuis in Amersfoort', vertelt Schipper. En ook in Bad
Bent heim, twintig minuten rijden vanaf Oldenzaal, kan een huizenkoper de
vingers aflikken. Twee huizen op een kavel van tweeduizend vierkante meter aan
de rand van het bos, met een apart gastenverblijf moeten 650000 euro opbrengen.
,,Je moet bij wijze van spreken de edelherten uit je tuin jagen en kunt zo met
je paard het bos in rijden. Dat zijn prijzen waarvan je zegt: hoe is het
mogelijk? Er moet een addertje onder het gras zitten.''
In
sommige gevallen is dat ook zo, weet Schipper uit zijn adviespraktijk. Mensen
verkijken zich op de Duitse bureaucratie, de 'heel glibberige'
onroerend-goedmarkt en de financiering van hun nieuwe huis. Het is niet
ongewoon dat meerdere makelaars hetzelfde huis proberen te verkopen. (zie
kader)
Schipper:
,,Er is geen enkele makelaar voor wie ik mijn hand in het vuur steek. Of ze
zijn wel van goede wil maar incompetent.'' De overeenkomst bij de notaris die
in Nederland het sluitstuk van de transactie is, vormt in Duitsland pas het
begin. Nederlandse banken staan huiverig tegenover het financieren van huizen
in Duitsland, onder meer omdat het niet mogelijk is bij wanbetalers beslag op
het loon te laten leggen.
Verhuizen
naar Duitsland is qua afstand nog te overzien, qua rompslomp is het volgens
Schipper een echte emigratie. Mensen die de taal niet kennen, lopen het risico
dat ze geïsoleerd raken. ,,Een alternatief is naar een van de Nederlandse
wijken te gaan, dan heb je in elk geval nog aanspraak.'' En voor bijvoorbeeld
ziektekostenverzekeringen is de Europese eenwording nog ver weg. Schipper voert
zelf actie (,,Een gevecht met de windmolens'') om voor zijn kinderen aanspraak
te krijgen op vergoedingen volgens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
(AWBZ).
Over
de mentaliteit van Duitsers bestaan veel vooroordelen. Wie een hekel aan
Duitsers heeft, kan beter in Nederland blijven wonen. Maar wie de moeite neemt
om in buurt en dorp contacten te leggen, ontdekt volgens Schipper dat Duitsers
'heel open en democratische mensen zijn'. Schippers kinderen zitten op een
Duitse school. ,,Dat is wel grappig. Ze zeggen bijvoorbeeld: 'Papa, dat doe je
vals', of 'Papa, je bent een Banghase'.'' De buurt kent een Bogengemeinschaft,
een soort buurtvereniging die ook in actie komt als iemand ziek is en hulp
nodig heeft. ,,Noaberschap bestaat hier nog.''
Bestuurders
van plaatsen als Gildehaus maken zich zorgen over de toestroom van
Nederlanders. Tachtig procent van de nieuwbouwwijk Pieper-Werning I wordt
bewoond door Nederlanders. In Alstätte hebben Nederlanders negentig procent van
de bouwkavels gekocht en spreken Duitsers van 'Klein-Amsterdam'. ,,Wanneer
Duitse lokale gemeenschappen worden geconfronteerd met een Nederlandse kolonie,
dan bestaat het risico dat in het positieve beeld dat Duitsers van Nederlanders
hebben, barsten ontstaan'', waarschuwden onderzoekers van bureau I en O
Research afgelopen zomer.
Over
de hele linie zijn Nederlanders echter behoorlijk geïntegreerd, bleek uit
hetzelfde onderzoek. Maar liefst 96 procent van de Nederlanders voelt zich
geaccepteerd door hun Duitse plaatsgenoten. De taal levert voor de meeste
mensen geen problemen op. Tachtig procent van de Nederlanders heeft (redelijk)
veel contact met Duitse plaatsgenoten. Meer dan de helft van de kinderen die
naar de basisschool gaan, zit op een Duitse school. En voor de boodschappen
gaat slechts 17 procent naar Nederland.
Klik hier als u in het
linker deel geen inhoudsopgave ziet.