Overleg over ‘Duitse kinderen’ in De Lutte openhartig, maar leidt niet tot oplossing

Grensonderwijs blijft een moeilijke materie

 

 

Artikel uit De Twentsche Courant Tubantia van 20-10-2002

 

De LUTTE - In de Plechelmusschool zaten ze voor het eerst bij elkaar. Politici en schooldirecteuren uit de gemeente Losser en Bad Bentheim. Samen met Konot-directeur Jan Morsink zochten ze een oplossing voor de ‘Duitse kinderen’, die hier naar school gaan. Een ‘Lösung’ werd niet gevonden.

 

 

Het gevoel was goed, bij iedereen. ‘De sfeer was heel open en hartelijk’, meende de Losserse wethouder J. Nijhuis na afloop van het gesprek in de Plechelmusschool. ‘De kwestie rond de Nederlandse kinderen die in Duitsland wonen, maar hier naar school willen, heeft de laatste maanden een bedreigend karakter gekregen. Daar moeten we vanaf. Wij willen een bijdrage leveren aan extra goede integratie. Tweetaligheid heeft juist het voordeel dat je kansen kunt creëren. Zaak is dan wel dat de onderwijsvormen en behoeften goed op elkaar worden afgestemd.’ En dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Althans, zo lang er geen geld vanuit Den Haag, de Euregio of Brussel (lees Europa) komt. ‘Dit is geen probleem van Losser en de Plechelmusschool alleen’, stelt schooldirecteur G. Pross dan ook nadrukkelijk. ‘Dit vind je terug in de gehele grensstreek. Misschien is het zelfs wel een Europees probleem.’

Het is dan ook niet zo dat Pross geen ‘Duitse kinderen’ op zijn school wil opnemen. Sterker nog, hij kan zich heel goed voorstellen dat Nederlanders die net over de grens wonen hun kinderen hier naar school willen laten gaan. ‘Het is namelijk niet alleen zo dat je kiest voor onderwijs in de Duitse taal, dat is zo slecht nog niet, maar ook voor Duits onderwijs. En dat is een immens verschil. Pak alleen maar eens een vak als geschiedenis. Een Nederlands kind krijgt dan te horen wanneer Keizer Wilhelm I heeft geleefd en wat hij voor Duitsland heeft betekend. Terwijl de geschiedenis van Nederland bijna onbesproken blijft.’

 

Om die reden ziet Pross een leerkrachtenuitwisseling tussen Nederland en Duitsland ook niet zitten. ‘Het is een onzinnig idee om bijvoorbeeld één dag per week een of meerdere leerkrachten uit te wisselen. Dat werkt niet. Nog los van de vraag of dit wettelijk wel kan.’

 

De schooldirecteur wil de Duitse kinderen dan ook best opvangen.

 

‘Maar waar laat ik ze’, vraagt Pross zich hardop af. Hij wendt zich min of meer tot Den Haag. ‘Niemand kan me uitleggen waarom er andere regels worden gehanteerd voor de behuizing én het aantal kinderen dat ik opgeef. Voor de kinderen krijg ik wel precies het aantal leerkrachten en leermiddelen die ik nodig heb. Voor de behuizing wordt echter gekeken naar de lokale prognoses. Met andere woorden, dan gaan we er plotseling vanuit dat alle leerlingen uit De Lutte komen. Gevolg van die regelgeving is nu dat Losser moet opdraaien voor de extra behuizingskosten. In ons geval een extra noodlokaal. Ik kan me wel voorstellen dat de politiek daar moeite mee heeft. Daar komt nog eens bij dat niemand kan inschatten hoe groot dit probleem uiteindelijk wordt. De toestroom kan nog veel groter worden.’

 

In Duitsland is een wet dat in Duitsland wonende kinderen daar ook onderwijs dienen te volgen. ‘Die regel is in ons gesprek ook wel heel even aan de orde geweest. Maar die wet moet je niet willen toepassen. We hebben altijd Nederlandse gezinnen gehad die in Duitsland gingen wonen, maar die hier hun kinderen naar school lieten gaan. Toen het er maar een paar waren, deed niemand moeilijk. We hebben afgesproken dat ik de komende maanden samen met mijn collega-directeur uit Gildehaus een inventarisatie ga maken van de mogelijkheden.’

 

 

 

Artikel: naar Duitse school

 

Artikel: naar Nederlandse school

 

 

 

 

terug

 

 

 

Klik hier als u in het linker deel geen inhoudsopgave ziet.