Overleg over ‘Duitse kinderen’ in De Lutte openhartig, maar leidt niet tot oplossing
Grensonderwijs blijft een moeilijke materie
De LUTTE
- In de Plechelmusschool zaten ze voor het eerst bij elkaar. Politici en
schooldirecteuren uit de gemeente Losser en Bad Bentheim. Samen met
Konot-directeur Jan Morsink zochten ze een oplossing voor de ‘Duitse kinderen’,
die hier naar school gaan. Een ‘Lösung’ werd niet gevonden.
Het
gevoel was goed, bij iedereen. ‘De sfeer was heel open en hartelijk’, meende de
Losserse wethouder J. Nijhuis na afloop van het gesprek in de Plechelmusschool.
‘De kwestie rond de Nederlandse kinderen die in Duitsland wonen, maar hier naar
school willen, heeft de laatste maanden een bedreigend karakter gekregen. Daar
moeten we vanaf. Wij willen een bijdrage leveren aan extra goede integratie.
Tweetaligheid heeft juist het voordeel dat je kansen kunt creëren. Zaak is dan
wel dat de onderwijsvormen en behoeften goed op elkaar worden afgestemd.’ En
dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Althans, zo lang er geen geld vanuit
Den Haag, de Euregio of Brussel (lees Europa) komt. ‘Dit is geen probleem van
Losser en de Plechelmusschool alleen’, stelt schooldirecteur G. Pross dan ook
nadrukkelijk. ‘Dit vind je terug in de gehele grensstreek.
Misschien is het zelfs wel een Europees probleem.’

Het is dan
ook niet zo dat Pross geen ‘Duitse kinderen’ op zijn school wil opnemen.
Sterker nog, hij kan zich heel goed voorstellen dat Nederlanders die net over
de grens wonen hun kinderen hier naar school willen laten gaan. ‘Het is
namelijk niet alleen zo dat je kiest voor onderwijs in de Duitse taal, dat is
zo slecht nog niet, maar ook voor Duits onderwijs. En dat is een immens
verschil. Pak alleen maar eens een vak als geschiedenis. Een Nederlands kind
krijgt dan te horen wanneer Keizer Wilhelm I heeft geleefd en wat hij voor
Duitsland heeft betekend. Terwijl de geschiedenis van Nederland bijna
onbesproken blijft.’
Om die
reden ziet Pross een leerkrachtenuitwisseling tussen Nederland en Duitsland ook
niet zitten. ‘Het is een onzinnig idee om bijvoorbeeld één dag per week een of
meerdere leerkrachten uit te wisselen. Dat werkt niet. Nog los van de vraag of
dit wettelijk wel kan.’
De
schooldirecteur wil de Duitse kinderen dan ook best opvangen.
‘Maar
waar laat ik ze’, vraagt Pross zich hardop af. Hij wendt zich min of meer tot
Den Haag. ‘Niemand kan me uitleggen waarom er andere regels worden gehanteerd
voor de behuizing én het aantal kinderen dat ik opgeef. Voor de kinderen krijg
ik wel precies het aantal leerkrachten en leermiddelen die ik nodig heb. Voor de
behuizing wordt echter gekeken naar de lokale prognoses. Met andere woorden,
dan gaan we er plotseling vanuit dat alle leerlingen uit De Lutte komen. Gevolg
van die regelgeving is nu dat Losser moet opdraaien voor de extra
behuizingskosten. In ons geval een extra noodlokaal. Ik kan me wel voorstellen
dat de politiek daar moeite mee heeft. Daar komt nog eens bij dat niemand kan
inschatten hoe groot dit probleem uiteindelijk wordt. De toestroom kan nog veel
groter worden.’
In
Duitsland is een wet dat in Duitsland wonende kinderen daar ook onderwijs
dienen te volgen. ‘Die regel is in ons gesprek ook wel heel even aan de orde
geweest. Maar die wet moet je niet willen toepassen. We hebben altijd
Nederlandse gezinnen gehad die in Duitsland gingen wonen, maar die hier hun
kinderen naar school lieten gaan. Toen het er maar een paar waren, deed niemand
moeilijk. We hebben afgesproken dat ik de komende maanden samen met mijn
collega-directeur uit Gildehaus een inventarisatie ga maken van de
mogelijkheden.’
Artikel: naar Nederlandse school
Klik hier
als u in het linker deel geen inhoudsopgave ziet.