Emigratie en de ziektekostenverzekering

 

Mr. C.L.J.R. Douven is werkzaam bij de Belastingdienst/Limburg/kantoor Buitenland te Heerlen[1].

Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

 

In eerdere artikelen in het Vakblad Financiële Planning is uitgebreid aandacht besteed aan de diverse aspecten waarmee een emigrant te maken krijgt. In dit artikel wil ik aandacht besteden aan een aspect dat tot nu toe onderbelicht is gebleven, maar waar wel iedere emigrant mee van doen heeft. De wijze waarop men verzekerd is voor de ziektekosten is voor velen belangrijker dan de lijfrenteproblematiek, hypotheekrenteaftrek etc. Dit moet goed geregeld zijn. In dit artikel zal ik ingaan op de situatie van de vele duizenden personen, die net over de grens zijn of willen gaan wonen in Duitsland en België. Immers net over de grens zijn de huizen goedkoper en sinds 1 januari 2001 zijn er ook belastingtechnisch enige belemmeringen vervallen. Door de invoering van het keuzerecht van art. 2.5 Wet IB 2001 kan onder meer de betaalde hypotheekrente onder voorwaarden ten laste van het in Nederland belaste inkomen worden gebracht[2].

 

Algemeen

Het Nederlandse ziektekostenverzekeringsstelsel is een duaal stelsel. Het bestaat uit de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) en de ziektekostenverzekering. De AWBZ is een volksverzekering en regelt de bijzondere ziektekostenvoorzieningen, zoals opnames in ziekenhuizen (langer dan één jaar), verpleeginrichtingen, medische kindertehuizen, psychiatrische hulp, hulp van het RIAGG etc. De verzekering voor de overige ziektekosten, zoals ziekenhuisopnamen korter dan een jaar, huisarts, medicijnen etc.) kan in Nederland op twee manieren geschieden. Of men is verplicht verzekerd ingevolge de Ziekenfondswet (zfw) of men kan zich particulier verzekeren. Duitsland en België kennen geen onderscheid in AWBZ-verstrekkingen en ziektekostenverzekeringen. In Duitsland bijvoorbeeld is sprake van één verzekering, de "Kranken- und Pflegeversicherung".

 

De Grensarbeider

AWBZ

Wie in loondienst werkzaam is in Nederland, is als uitgangspunt in Nederland verzekerd voor de AWBZ. Dit is de hoofdregel van de EU-verordening 1408/71. Men is verzekerd in het werkland. Als de grensarbeider ook in loondienst werkt in het woonland, dan gaat het woonland voor en is men niet in Nederland AWBZ-verzekerd.

 

Ziektekostenverzekering

Als men in Nederland in loondienst werkt en AWBZ verzekerd is, zal men zich ook in Nederland verzekeren tegen de ziektekosten. Blijft men als werknemer onder de loongrens van € 32.600, dan is de werknemer verplicht ziekenfondsverzekerde. Met een bij het ziekenfonds af te halen E-106-formulier dat bij het buitenlandse "ziekenfonds, bijvoorbeeld de Duitse Krankenkasse, moet worden ingeleverd, bestaat ook in Duitsland recht op verstrekkingen bij ziekte. Is het inkomen hoger dan de genoemde loongrens, dan kan men zich particulier verzekeren. Een grensoverschrijdende regeling zoals die geldt voor ziekenfondsverzekerden bestaat dan niet. Bij particuliere verzekerden moet een Nederlandse verzekeraar minimaal een standaardpakketpolis bieden[3]. Een standaardpakketpolis is een polis die qua verzekerde verstrekkingen aansluit bij een ziekenfondsverzekering zonder mogelijkheid om aanvullende dekkingen te verzekeringen. In de praktijk blijven veel particulier verzekerden verzekerd bij hun particuliere verzekeraar op basis van het door de werkgever gesloten collectieve contract met de ziektekostenverzekeraar en heeft men een ruimere dekking dan die van de standaardpakketpolis[4]. In veel collectieve contracten is een bepaling opgenomen waarin staat dat naar het buitenland gedetacheerde werknemers particulier verzekerd kunnen blijven. Hoewel deze clausule formeel niet ziet op personen die enkel in het buitenland gaan wonen, wordt deze clausule wel hiervoor toegepast. Overigens zal de particuliere verzekeraar een toeslag, de zogenaamde buitenlandtoeslag, in rekening brengen. Door deze toeslag heeft men ook recht op verstrekkingen in het buitenland[5].

Er dient nog rekening mee te worden gehouden dat men na beëindiging van de werkzaamheden in loondienst, bijvoorbeeld als men met pensioen gaat, niet per definitie in Nederland AWBZ-verzekerd blijft. Ziekenfondsverzekerden blijven veelal wel in Nederland AWBZ-verzekerd[6]. Is men in Nederland particulier verzekerd, dan kan men zich wel vrijwillig in Nederland verzekeren voor de AWBZ, mits men een uitkering ingevolge onder andere de WAO, AOW of Anw ontvangt. Dit kan er dus toe leiden dat men op oudere leeftijd niet meer volledig verzekerd is en alsnog een verzekering moet sluiten in het woonland. Dan kan duur worden omdat verzekeraars geen "brandend huis" plegen te verzekeren.

 

Gezinsleden

Een probleem doet zich mogelijk voor bij de verzekering van de gezinsleden. Als de gezinsleden niet in Nederland wonen of werken, zijn zij niet AWBZ-verzekerd in Nederland.

 

Ziekenfondsverzekerd

Is degene die in Nederland werkt ziekenfondsverzekerde, dan kan door middel van het eerder genoemde E-106-formulier deelgenomen worden aan een buitenlands verzekering, bijvoorbeeld de Duitse Krankenkasse. In België kan men zich inschrijven bij de Belgische mutualiteit of Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsuitkeringen. Dan zijn de gezinsleden daarmee ook verplicht verzekerd in het woonland voor de ziektekosten inclusief de buitenlandse tegenhanger van de AWBZ. Om gebruik te kunnen (blijven) maken van Nederlandse geneeskundige hulp voor de gezinsleden is dan wel toestemming nodig van de buitenlandse verzekeraar. Zij hebben niet zoals de in Nederland werkende grensarbeider het recht om in beide landen gebruik te maken van geneeskundige hulp. In sommige grensstreken hebben ziekenfondsen hierover afspraken gemaakt[7]. Er is dus ook voor gezinsleden in deze situatie sprake van een volledige dekking, zij het in het woonland.

 

Particulier verzekerd

Is degene die in Nederland werkt particulier verzekerd, dan kunnen de gezinsleden vaak particulier verzekerd blijven op de polis van degene die in Nederland werkt[8]. Echter door de voortzetting van de particuliere verzekering voor de gezinsleden, zijn deze niet ook AWBZ-verzekerd. Zij wonen of werken immers niet in Nederland. Er is dus een hiaat in de dekking. Wil men een volledige dekking hebben voor de ziektekosten, dan zullen de gezinsleden zich moeten aansluiten bij een verzekering in het woonland. Werkt overigens een van de partners in het woonland, dan kan het zo zijn dat de kinderen verzekerd zijn via de in het woonland werkende partner. Dit is eerder het geval als de in het woonland werkende partner ook de meestverdiener in het gezin is.

 

Niet AWBZ-verzekerd

In de praktijk blijken veel personen die geëmigreerd zijn naar België of Duitsland dus niet AWBZ-verzekerde gezinsleden te hebben. Het is uiteraard mogelijk hier bewust voor te kiezen en het risico te nemen. Velen zullen zich echter niet bewust van zijn het feit dat de gezinsleden niet volledig verzekerd zijn.

Degenen die bewust kiezen voor het niet verzekeren van de verstrekkingen die de AWBZ biedt, hebben hiervoor als argument dat veel AWBZ-verstrekkingen pas aan de orde komen na enige tijd van ziekte. Bijvoorbeeld bij een ziekenhuisopname komt de AWBZ pas in beeld nadat men een jaar in het ziekenhuis heeft gelegen. Het eerste jaar kan men dan nog terugvallen op de particuliere verzekering. In dat jaar zou men kunnen remigreren naar Nederland, waardoor na een wachttijd van maximaal een jaar weer recht bestaat op de AWBZ-verstrekkingen. Zou de nood aan de man (of vrouw of kind) komen, dan is remigratie een optie. Deze redenering gaat overigens niet op voor alle verstrekkingen die de AWBZ biedt. Het probleem lost zich uiteraard ook op zodra de gezinsleden in loondienst gaan werken en uit hoofde daarvan verzekerd zijn.

 

Het bovenstaande probleem is overigens door de Commissie grensarbeiders onder voorzitterschap van R. Linschoten voorgelegd aan het Kabinet. Het kabinet heeft laten weten dat zij niet de gezinsleden van een AWBZ-dekking wil voorzien[9]. Het kabinet is van mening dat het woonland in deze dekking moet voorzien. Wel wordt op aandringen van enige kamerleden onderzocht  of er geen mogelijkheid moet komen voor een vrijwillige AWBZ-verzekering voor de gezinsleden[10]. Derhalve is een verzekering die minimaal de AWBZ-verstrekkingen dekt (vooralsnog) nodig. Nederlandse verzekeraars hebben, voor zover mij bekend, geen produkt dat dit risico dekt. Dus is dekking in het woonland nodig. In Duitsland is deze dekking bij particuliere verzekeraars te vinden, maar is wel duurder als in Nederland. Het sluiten van een verzekering voor het hele gezin in Duitsland is niet zinvol, omdat degene die in Nederland werkt verplicht verzekerd is voor de AWBZ en zich niet kan laten vrijstellen voor de AWBZ-verzekeringsplicht. In zoverre is dan sprake van dubbele verzekering én dubbele kosten! In België kunnen de kinderen en de niet werkende partner - van de particulier verzekerde grensarbeider  - ingeschreven worden bij een Belgisch ziekenfonds/mutualiteit.

 

Conclusie

Als financieel planner zult U zich bewust moeten zijn van het risico dat bestaat als gezinsleden van personen die niet in Nederland werken mogelijk niet volledig verzekerd zijn voor de ziektekosten. Hebt U immers een klant geadviseerd die wil emigreren en hem niet gewezen op het mogelijk niet verzekerd zijn voor de AWBZ, dan bent U mogelijk aansprakelijk voor de eventuele schade. Ook voor banken en verzekeraars, die hypotheken verstrekken aan personen die wonen in de Belgische of (vooral) Duitse grensstreek, is het van belang te weten dat een financieel risico ontstaat als er een onvoldoende afdekking van het ziektekostenrisico bestaat.

 

Mr. C.L.J.R. Douven

Informatie: www.fnv.nl/grensarbeid, www.verhuis.de.

 

 

 

Overgenomen uit: Vakblad Financiële Planning.



[1] Met dank aan G. Essers van het FNV-eures.

[2] Zie onder meer mijn artikel in VFP 2001/6/17 en het artikel van Rolleman in VFP 2002/10/10.

[3] Men is dan ook de wettelijke bijdrage WTZ/MOOZ verschuldigd. Zie artikel 13 Wet op de toegang toe de ziektekostenverzekeringen 1998 (WTZ).

[4] Men is dan geen wettelijke bijdrage WTZ/MOOZ verschuldigd.

[5] Woont de particulier verzekerde in België, dan wordt hij geconfronteerd met de Belgische assurantiebelasting (9,25%)!

[6] Artikel 7 Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999.

[7] Zie de website www.fnv.nl/grensarbeid.

[8] Een financieel voordeel is dat men de wettelijke bijdrage ingevolge de WTZ/MOOZ niet verschuldigd is, als men niet in Nederland sociaal verzekerd is. Dit is dus met name van belang voor de gezinsleden, daar deze niet AWBZ-verzekerd zijn in Nederland.

[9] Brief van 4 oktober 2001, IFZ2001-00860M.

[10] Brief van 20 december 2002, WVS0300004 van de staatssecretaris van WVS aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal.